Geografie
Kenia of Kenya is een presidentiële republiek in Oost-Afrika en lid van het Gemenebest van Naties. Kenia behoort samen met Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Soedan en Somalië tot de ‘Hoorn van Afrika’. Kenia ligt op de evenaar, heeft een oppervlakte van 582.646 km2 en is daarmee 14x zo groot als Nederland.
Binnenwateren als rivieren en meren nemen 11.230 km2 in beslag. Kenia grenst in het noorden aan Ethiopië en Sudan, in het oosten aan Somalië en de Indische Oceaan, in het westen aan Uganda en het Victoriameer en in het zuiden aan Tanzania. Voor de hier en daar ingesneden kust liggen een serie koraalriffen en een aantal eilandjes, o.a. de Lama-archipel en Mandu.
De hoofdstad van Kenia is Nairobi. Deze stad ligt in een uitloop van de centrale hooglanden en wordt bewoond door 3 miljoen mensen. Omdat Nairobi zo hoog ligt, hebben ze er vrijwel geen last van malaria. In de rest van het land wel. Aan de kust ligt de stad Mombasa (795.000 inwoners) en aan het Victoriameer de stad Kisumu (394.684 inwoners).
Klimaat
Kenia heeft een tropisch klimaat. Dit wordt beïnvloed door de Indische Oceaan en de dichte locatie op de evenaar. Daardoor is het praktisch even lang donker als licht en zijn de dagen bijna het hele jaar door even lang. Aan de kust is er dag en nacht een constante hoge temperatuur en een hoge luchtvochtigheid. Naarmate men verder het binnenland in trekt, wordt de lucht droger en de nachten kouder.
Neerslag valt in Kenia in twee periodes, van maart tot en met mei en eind oktober tot en met december. Meestal valt de neerslag in korte stortbuien of tijdens een storm die duidelijk voorspelbaar is door het snel samentrekken van de wolken. Vaak veranderen de niet verharde wegen na een regenbui in modderpoelen. De wegen zijn zo slecht dat er veel kuilen worden gevormd, dit is slecht voor het werkverkeer dat hinder ondervindt van de kuilen.
Flora en Fauna
De fauna en flora in Kenia zijn zeer gevarieerd. Zo zijn er meer dan 80 wilde diersoorten en meer dan duizend verschillende vogels. De mate waarin het wild te zien zal zijn, houdt sterk verband met voedsel en watervoorziening en dichtheid van begroeiing. Grote en kleine migraties zijn eigenlijk overal en het hele jaar in Afrika. Kuddes antilopen verlaten de dorre savannes op zoek naar de regen en de verse graasgronden. Roofwild is over het algemeen territoriaal gebonden en ander groot wild verplaatst zich binnen een groter gebied.
Langs de kust en riviermondingen bestaat de plantengroei uit kokospalmen, mangrovebossen en tropische wouden. Het is een vruchtbare streek waar mango’s, citroenen, sinaasappels en vele tropische bloemen groeien. Achter de kustlijn verandert het groen in een savannelandschap met doornstruiken, schermacacia’s en baobabs of apenbroodbomen. Deze begroeiing komt voor in het oostelijke en noordelijke deel van Kenia. Op het plateau vindt men hooglandwouden die, afhankelijk van hoogte en klimaat, variëren van het zeer zware hout van de wilde olijf tot het zeer lichte hout van Gyrocarpus jacquinii. Prachtige wouden vindt men op de vulkaanhellingen (tot 3300 m) waar aan de voet veel schermacacia’s groeien.
Geschiedenis
Op 12 december 1963 werd Kenia officieel onafhankelijk met Jomo Keyatta als eerste president. Uit dat jaar van onafhankelijkheid stamt ook de nationale vlag. Het Masai-schild in het midden symboliseert de verdediging van de verworven vrijheid. De kleur zwart staat voor de bevolking. Rood (midden) staat voor de onafhankelijkheid en groen (onder) voor het land.
Verkiezingen en onlusten 2007/2008. Na de verkiezingen van 27 december 2007 wees het verkiezingscomité drie dagen later Kibaki (zie foto) als winnaar aan. Volgens het verkiezingscomité versloeg hij zijn opponent Raila Odinga met een marge van 232.000 stemmen. Odinga beschuldigde Kibaki van verkiezingsfraude en op enkele plekken in Kenia brak geweld uit. President Kibaki werd hierna meteen beedigd voor een tweede termijn. Het geweld breidde zich verder uit. Kibaki en aanhangers van Odinga beschuldigden elkaar onderling van etnische zuiveringen. De Europese Unie, aanwezig met een verkiezingscommissie onder leiding van Alexander von Lambsdorf, nam duidelijk afstand van de verkiezingsuitslag vanwege geconstateerde fraude. Reisorganisaties haalden toeristen terug en Ex-change annuleerde alle Keniase stages. De protesten en de daarmee samenhangende geweldadigheden bleven tot in februari aanhouden, zonder dat een oplossing in zicht leek te komen.
Er vielen uiteindelijk 1500 doden, onder andere in het westen van het land en in de sloppenwijken van Nairobi. Ook raakten er als gevolg van de onlusten zo’n 600.000 Kenianen ontheemd. Een bemiddelingspoging van oud-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Anan, werd eind januari ingezet. Pas eind februari kwam men tot een compromis: een coalitieregering, waarbij Kibaki president bleef en Odinga Premier werd. Op 13 april 2008 werd deze nieuwe coalitieregering gepresenteerd.
Bevolking
Op dit moment wordt het land bevolkt door 42 etnische groepen. De officiele talen zijn Engels en Kiswahili, een combinatie tussen het Bantoe en Arabisch. Iedere bevolkingsgroep heeft daarnaast zijn eigen taal.
Naast de Afrikaanse Kenianen wonen ook Aziaten, Arabieren en Europeanen in Kenia ( 1% ). De Arabieren zijn met name afkomstig van het sultanaat Oman en hebben zich sinds de 8e eeuw gevestigd aan de Keniase kust. Zij vermengden zich al snel met de inheemse Bantoe-bevolking. Hier kwam de Swahili-cultuur uit voort die nog steeds een groot deel van de kustbevolking uitmaakt. Ongeveer 90 % van deze kustbevolking is Islamitisch.
De Aziaten in Kenia zijn voornamelijk afkomstig uit India. Zij zijn nakomelingen van de Indiase arbeiders die rond 1900 naar Kenia waren gehaald voor de aanleg van de spoorlijn. In de eeuwen daarvoor was al sprake van handel tussen beide landen, maar de Indiers vestigden zich nauwelijk in Kenia. Nu heeft meer dan de helft van de Indiers de Keniase nationaliteit. Ze hebben vaak een sterke de economische positie (handel, advocaten, artsen), maar een zwakke sociale en politieke basis. De Indiers vormen een aparte, gesloten groep binnen de Keniase bevolking en er wordt door de Afrikaanse Kenianen dan ook openlijk op hen neergekeken.
De verhoudingen tussen de Europeanen en Afrikanen zijn aanzienlijk beter. Een aantal Europeanen woont al sinds generaties in Kenia en heeft de Keniase nationaliteit. De meeste westerlingen wonen er echter tijdelijk en zijn werkzaam op ambassades, in buitenlandse bedrijven, internationale (ontwikkelings) organisaties en in missie en zendig.
Economie
Kenia kent vergeleken met andere landen in Oost-Afrika een relatief moderne economie. Hoewel nog steeds de meerderheid van de beroepsbevolking werkzaam is in de landbouwsector (75%), vormt de bijdrage van deze sector maar 26% van het Bruto Nationaal Product. Een groot deel van de Kenianen woont in een gebied met
goede akkerbouwgrond, maar toch leven de meeste van hen onder het bestaansminimum van 1 dollar per dag. Vooral de steeds terugkomende perioden van droogte vormen een groot probleem voor de landbouwsector.
De export bestaat voor 50% uit landbouwproducten, met name thee en koffie. Daarnaast heeft toerisme een belangrijk aandeel. In de jaren ’90 was dit een snel groeiende sector en groeide het uit tot de belangrijkste bron van inkomsten voor Kenia, maar vooral na de bomaanslagen van 1998 (Nairobi) en 2001 (Mombasa) lieten veel toeristen het land links liggen.
De Keniase geld eenheid is de Kenyan Shilling. Honderd shilling staat gelijk aan ongeveer 1 euro. Kenia staat op de lijst van armste landen ter wereld op de 144e plaats van de 179.
Religie
Ongeveer 45% van de Keniase bevolking is protestant. Rooms-katholieken vormen in een aantal de belangrijkste groep (33%). De zogenaamde ‘onafhankelijke kerken’ (10%) hebben meestal een charismatisch leider en zijn onafhankelijk van een westerse kerk ontstaan.
Ook al noemen veel Kenianen zich Christenen, inheemse tradities zijn vaak nog erg belangrijk in het degelijks leven. Vooral de voorouderverering speelt daarin een belangrijke rol. Naast een god die alles geschapen heeft, geloven de Kenianen in vele goede en slechte geesten en demonen. Dit is ook vaak de reden dat er prikkeldraad in de Sand storage dammen gestort wordt. Dit moet de bevolking bescherming bieden, terwijl technisch gezien de constructie er alleen maar minder sterk van wordt.
Ongeveer 10% van de Keniase bevolking is moslim. De moslimpopulatie neemt snel toe en is in de laatste twintig jaar verdubbeld. Aan de kust en in het noordoosten wonen de meeste moslims, afstammelingen van de Arabieren. De meeste Afrikanen van Arabische afkomst behoren tot de orthodoxe soennieten, terwijl de Aziaten vaak tot de sjiitische stroming behoren.
Gezondheidszorg
Voor Afrikaanse begrippen is de gezondsheidszorg in Kenia uitgebreid. Elk district heeft minstens één ziekenhuis en op het platteland zijn gezondheidscentra. De overheid geeft jaarlijks zo’n 6% van haar budget uit aan gezondheidszorg. Particuliere ziekenhuizen staan vooral in de steden, met Nairobi als absolute uitschieter. Toch moet ongever 21% van de bevolking het doen zonder directe medische hulp. De overheidsgezondheidszorg is vrijwel gratis,
maar nog niet voor iedereen te betalen. Veel Kenianen die geen geld hebben voor medische hulp (vooral op het platteland), gaan dan ook naar de veel goedkopere traditionele medicijnmannen. Zij gebruiken vooral planten, bladeren en wortels voor het maken van medicijnen.
De belangrijkste doodsoorzaken in Kenia zijn gerelateerd aan armoede: diarree, longontsteking, tbc, mazelen, malaria en ondervoeding. De regering beseft dat er meer geld moet komen voor preventieve gezondheidszorg: inentingsprogramma’s en voorlichtingscampagnes. Genezingskosten gaan namelijk drastisch omlaag als men meer doet aan het voorkomen van ziekten!
De laatste jaren is daar de geslachtsziekte Aids bij gekomen. Net als in andere Afrikaanse landen vormt deze ziekte een enorm probleem in Kenia. Op dit moment zijn er in Kenia 1,3 miljoen mensen die leven met hiv/aids. Hiervan hebben 250.000 mensen snel hulp nodig. 1,1 miljoen kinderen tussen de nul en zeventien jaar hebben één ouder of beide ouders verloren aan aids.
Onderwijs
Kenia zet zich sterk in voor Millenniumdoelstelling 2: “In 2015 moeten alle kinderen in alle landen basisonderwijs volgend.” De regering Kibaki besloot in 2003 het basisonderwijs gratis aan te bieden. Dit is een heel mooi initiatief, nog nooit zijn in Kenia zoveel kinderen naar school gegaan. Maar het geeft wel een vertekend beeld. De ouders moeten nog steeds fors bijdragen aan voorzieningen als een uniform, schriften en zelfs schoolbanken. Bovendien kan het onderwijssysteem de toestroom van kinderen niet aan. De klasse puilen uit en er zijn niet genoeg lesmaterialen, leraren en schoolbanken. De kwaliteit van het onderwijs gaat daardoor achteruit. Veel kinderen die in 2003 voor het eerst naar school gingen, zijn dan ook al weer afgevallen.
Een toenemend onderwijsprobleem in Kenia is het aantal leraren dat overlijdt aan de gevolgen van Aids. Zij bevinden zich dikwijls in de leeftijdscategorie die het meest geraakt wordt door de Aidsepidemie, namelijk 20-29 jaar. Als deze trend niet kan worden omgebogen, wordt het aantal leraren steeds kleiner en het aantal leerlingen (door de grote bevolkingsgroei) steeds groter.
